
Dietrich Buxtehude (ca. 1637–1707) was een van de belangrijkste componisten van de Noord-Duitse barok en een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de protestantse kerkmuziek. Als organist van de Marienkirche in Lübeck verwierf hij grote faam met zijn virtuoze orgelmuziek en zijn invloedrijke avondconcerten, de zogenaamde Abendmusiken.
Naast zijn orgelwerken componeerde Buxtehude ook omvangrijke vocale werken waarin dramatische expressie, spirituele diepgang en een rijke afwisseling van stijlen samenkomen. Zijn muziek vormde een belangrijke inspiratiebron voor latere componisten, waaronder Johann Sebastian Bach.
Op deze pagina vind je de Nederlandse vertaling van Das Jüngste Gericht, een indrukwekkend geestelijk werk waarin Buxtehude het Laatste Oordeel muzikaal en dramatisch vormgeeft.
-
Werken
-
Leven
-
Oeuvre
Dietrich Buxtehude (ca. 1637-1707)
Zijn exacte geboorteplaats is onzeker en er is niets bekend over zijn vroege jeugd. Meestal wordt aangenomen dat hij zijn muzikale opleiding begon bij zijn vader, die organist was in Helsingborg (ca. 1638–41) en in Helsingør (ca. 1642–71), beide toen deel van Denemarken. Buxtehude vestigde zich in 1688 in Lübeck als organist van de Marienkirche, in opvolging van Franz Tunder, met wiens dochter Anna Margareta hij trouwde. Daar verwierf hij als componist zoveel bekendheid dat de stad een mekka werd voor musici uit Noord-Duitsland. Haendel en Bach lieten in hun jeugd niet na de meester uit Lübeck te bezoeken. Ze hoopten hem in Lübeck op te volgen, maar een huwelijk met een van zijn dochters was een voorwaarde en beiden vonden dat onaanvaardbaar.
Tot Buxtehudes taken als kerkorganist behoorde het componeren van werken voor openbare feesten en voor de huwelijken en begrafenissen van de grote koopmansfamilies van de stad. Hij liet een aanzienlijke hoeveelheid vocale en instrumentale muziek na, waarvan een groot deel pas in de 20e eeuw werd teruggevonden; vooral belangrijk is de Düben-collectie, een verzameling van meer dan honderd composities, genoemd naar de Zweedse componist, kapelmeester en organist Gustav Düben (ca. 1625-1690). Düben verzamelde gedurende zijn reizen werk van meer dan 200 collega’s, met een voorkeur voor de muziek van Buxtehude. De verzameling wordt in Uppsala bewaard.
Buxtehude overleed in 1707 in Lübeck.
Als zijn belangrijkste en meest invloedrijke werken op instrumentaal vlak worden die voor orgel beschouwd, waaronder toccata’s, preludes, fuga’s, chaconnes, stukken gebaseerd op koraalmelodieën en een passacaglia. Het grootste deel van de klavecimbelmuziek is verloren gegaan, maar toch zijn er 25 werken gekend, waaronder vooral suites.
Ook in de kamermuziek liet Buxtehude zich niet onbetuigd, getuige de publicaties opus 1 en opus 2.
De vocale muziek bestaat voornamelijk uit kerkcantates in verschillende vormen, waarvan er meer dan 100 bewaard zijn gebleven. Het is mogelijk dat sommige stukken zijn geschreven voor de beroemde Abendmusiken, concerten met gemengde vocale en instrumentale muziek die vijf zondagen per jaar in de late namiddag in de Marienkirche van Lübeck werden gehouden. Deze uitvoeringen, ingesteld ten tijde van Buxtehude’s voorganger Franz Tunder en verder uitgewerkt door Buxtehude met inzet van koor en een rijk instrumentarium, werden de trots van Lübeck en hun traditie werd voortgezet tot in de 19e eeuw.
Buxtehude is een van de belangrijkste componisten uit de rijke Duitse 17de eeuw. Hij is de schakel tussen Heinrich Schütz en Johann Sebastian Bach. Net als Haendel troostte Bach zich als jongeling de moeite om vanuit Arnstadt een voetreis van 400 kilometer te ondernemen om Buxtehude in Lübeck te ontmoeten. Bach leerde veel van het virtuoze en fantasierijke orgelspel van Buxtehude, in die mate dat hij bij zijn terugkeer in Arnstadt op de vingers werd getikt, omdat zijn koraalbewerkingen de gelovigen te veel in verwarring brachten. Ook de Abendmusiken moeten Bach hebben geïnspireerd: de rijke instrumentatie, de meerkorigheid en de tekstexpressie in Bachs cantaten wijst op de invloed van Buxtehude.
