
-
Werken
-
Leven
-
Oeuvre
Josquin Desprez (ca. 1440-1521)
Zijn geboortedatum is niet exact bekend; rond 1440 of 1450 zijn twee data die in de bronnen voorkomen. Hij werd geboren onder de naam Josquin Lebloitte. Ook de geboorteplaats verschilt volgens de bron en over zijn jeugd is zeer weinig bekend of vaststaand.
Van 1459 tot 1472 vinden we hem als zanger aan de dom van Milaan, daarna werkt hij als zanger aan het hof van Galeazzo Maria Sforza, hertog van Milaan en in de periode 1475/78 wordt zijn naam vermeld als zanger aan het hof van René I van Anjou in Aix-en -Provence.
Van 1479 tot 1486 is hij mogelijk in dienst bij de invloedrijke kardinaal Ascanio Maria Sforza. Ook Leonardo da Vinci werkte toen voor de familie Sforza en schilderde daar een portret dat vermoedelijk Josquin voorstelt (nu in de Pinacoteca Ambrosiana in Milaan). Samen met Ascanio Sforza reist Josquin naar Rome en werkt er vanaf 1486 in dienst van de pausen Innocentius VIII en Alexander VI.
In 1501 treedt hij in dienst van de Franse koning Lodewijk XII als zanger aan de Sainte-Chapelle, maar in 1503 krijgt hij een aanbod van Ercole d’Este om als kapelmeester naar zijn hof in Ferrara te komen. Dat gebeurt maar naar aanleiding van een pestepidemie verlaat Josquin reeds in 1504 Ferrara om zich te vestigen in Condé-sur-l’Escaut, waar hij tot kanunnik wordt benoemd. Van daaruit onderhoudt hij contacten met het hof van de landvoogdes der Nederlanden, Margaretha van Oostenrijk.
Over Josquins levensavond zijn vrijwel geen gegevens bewaard gebleven. Hij overlijdt op 27 augustus 1521 in Condé.
Het werk van Josquin is omvangrijk: verschillende soorten missen, motetten, chansons en enkele werken die vermoedelijk bedoeld zijn om instrumentaal uit te voeren.
Zijn betekenis voor de muziek illustreren we aan de hand van een fragment uit het begeleidend werk dat Ignace Bossuyt scheef als aanvulling op de CD-uitgave, De Vlaamse Polyfonie:
Met Josquin werd het humaniseringsproces, dat vooral vanaf de 15de eeuw de polyfonie begon te beroeren, versneld en onderging de muziek een ingrijpende gedaanteverandering die het klankbeeld van de 16de-eeuwse meerstemmigheid grotendeels heeft bepaald. Men kan gerust stellen dat Josquin Desprez voor de 16de eeuw heeft betekend wat Ludwig van Beethoven voor de 19de eeuw is geweest: een essentiële schakel in het muzikaal proces waarin steeds meer ruimte werd vrijgemaakt voor de emotie in de muziek. Muziek op mensenmaat, muziek waarbij de luisteraar zich onmiddellijk betrokken voelt, muziek die, in de letterlijke zin van het woord, ‘aan-spreekt’. De polyfonie van Josquin is ‘sprekende muziek’, zij spreekt inderdaad rechtstreeks tot ons vanuit de taal, vanuit het woord. Josquin Desprez is een sleutelfiguur in een onomkeerbare evolutie, waarbij de muziek steeds meer wordt geënt op het woord.


