
-
Werken
-
Leven
-
Oeuvre
Giovanni Gabrieli (ca. 1555 – 1612)
Giovanni Gabrieli werd omstreeks 1555 in Venetië geboren. Hij was leerling van zijn oom Andrea Gabrieli. Hun relatie was zo nauw dat Giovanni zichzelf ervaarde als zoon van Andrea. Daarnaast kreeg Giovanni waarschijnlijk ook les van Orlandus Lassus (1532-1594) toen hij van 1575 tot 1579 in München lid was van de hofkapel van de hertog Albrecht V van Beieren. Toen Claudio Merulo (1533-1604) in 1584 afstand deed van zijn post als eerste organist van de San Marco in Venetië volgde Andrea Gabrieli hem het volgende jaar op en nam Giovanni als tweede organist de vroegere functie van zijn oom waar. En in datzelfde jaar 1685 volgde Giovanni Vincenzo Ballavere (ca. 1540-1587) op als organist aan de Scuola Grande di San Rocco. Andrea Gabrielistierf in 1587. Het grote respect dat Giovanni had voor zijn oom blijkt uit zijn postume uitgave van meerdere composities van zijn oom: in 1587 publiceerde hij de belangrijkste werken van Andrea, aangevuld met eigen werk in de bundel Concerti di Andrea e Giovanni Gabrieli, twee jaar later gevolgd door de uitgave van het derde madrigaalboek van zijn oom, Terzo Libro de Madrigali a cinque voci. En in de jaren negentig van de zestiende eeuw zou hij nog twee bundel publiceren met muziek van zijn oom.Toen zijnoom overleed in 1587 nam Giovanni alle taken van hem over en werd hij verantwoordelijk voor alle muziek die werd uitgevoerd bij wereldlijke en kerkelijke plechtigheden in de Dogenstad. Als kapelmeester trad hij daarmee in de voetsporen van een beroemde voorganger van hem, Adriaan Willaert (ca. 1490-1562), van wie hij de techniek van de cori spezzatiovernam, zo goed te gebruiken dank zij de architectuur van de San Marcokerk. Ook het aanwerven van zangers en instrumentalisten behoorde tot zijn verantwoordelijkheid. Dit zorgde ervoor dat hij kon beschikken over uitstekende zangers en instrumentalisten; deze laatsten getuigden in zijn instrumentale werken van grote hun virtuositeit.In 1597 verscheen uiteindelijk het eerste werk van Gabrieli met enkel eigen composities: de beroemde Sacrae Symphoniaemet daarin, naast vocale kerkelijke muziekstukken voor meerdere koren, een reeks instrumentale meerkorige werken waarvan de Sonata pian e fortewellicht de bekendste is, omdat voor het eerst het gebruik van terrasdynamiek expliciet werd vermeld in de partituur. Vanaf 1600 was hij algemeen bekend en geëerd en had hij talrijke leerlingen, waaronder Heinrich Schütz (1585-1672). Ten gevolge van een aanslepende ziekte stierf Giovanni Gabrieli in 1612 in Venetië. Ook na zijn dood bleef zijn reputatie doorwerken, vooral in Duitsland, waar Heinrich Schütz zijn stijl zou verder zetten en aanpassen aan de verzuchtingen van het protestantisme. Postuum verschenen ook nog enkele bundels met zijn muziek, onder andere de belangrijke bundel Sacrae Symphoniae IIuit 1615.
Giovanni Gabrieli is een componist waar we niet omheen kunnen. Samen met Orlandus Lassus en Adriaan Willaert bereikt de Klassieke Renaissance met Giovanni Gabrieli zijn absolute hoogtepunt. Gabrieli is bij uitstek de componist die de grootheid en de schittering van La Serenissimamuzikaal heeft vertolkt; zowel instrumentaal als vocaal zijn de werken van Gabrieli ten nauwste verbonden met de vele kerkelijke en wereldlijke plechtigheden waarmee Venetië en zijn Doge zich als evenwaardig opstelden ten aanzien van het pauselijke Rome.
Zijn belang voor de ontwikkeling van de muziek in de richting van de Barok is niet min: het gebruik van de cori spezzati,die Gabrieli kende van Adriaan Willaert, werkte hij verder uiten paste hij ook toe op instrumentale muziek. Het verspreid opstellen van vocale/instrumentale groepen was een praktijk die gedurende de ganse barokperiode zeer gebruikelijk was, denkenwe maar aan de Concerti a due cori van Haendel en de Matthaeuspassievan Bach. En de belangrijkste vertegenwoordiger van de Duitse 17deeeuw, Heinrich Schütz, ging tot tweemaal toe in de leer bij Gabrieli en verspreidde aldus de Venetiaanse stijl in Duitsland.
Naast zijn belang voor de vocale muziek is Gabrieli ook baanbrekend geweest voor het ontstaan van instrumentale muziek. Tot voor zijn tijd bestond er geen zelfstandige instrumentale muziek voor welbepaalde instrumenten. Weliswaar waren in het middenvan de 16deeeuw reeds uitgaven verschenen met dansmuziek, maar de keuze van de instrumenten werd vrij gelaten en hing af van de mogelijkheden waarover men op het moment van de uitvoering beschikte. Ook werden instrumenten voorzien als ondersteuning van de zangpartijen, maar die passages waren gedacht vanuit een vocaal concept. In zijn Sacrae Symphoniae Iuit 1595 schrijft Gabrieli als eerste componist op de partituur van de Sonata pian e fortehet gebruik voor van een cornetto en drie trombones als koor I en een viola en drie trombones als koor II, om daarmee heldere passages af te wisselen met donkere. De kunst van de instrumentatie was geboren!
Als zijn belangrijkste composities vermelden we de twee bundels met Sacrae Symphoniae, het eerste uit 1597, het tweede na zijn dood gepubliceerd in 1615. Verder de reeds vernoemdeConcerti di Andrea, et di Giovanni Gabrieli, organisti della Serenissima Signori di Venetia, met werken van de beide Gabrielis, de verzameling Canzoni per sonareuit 1608 en, eveneens in 1615, de Canzoni et Sonate. Tenslotte componeerde Gabrieli, net als vele van zijn tijdgenoten, voor het orgel.




