
-
Werken
-
Leven
-
Oeuvre
Stefano Landi (ca. 1586-1639)
Stefano Landi werd geboren in Rome, waar hij ook zijn eerste muzikale vorming kreeg als jongenssopraan. Vanaf 1602 studeerde hij aan het Seminario Romano waar hij reeds als componist wordt vermeld in de registers in de carnavalperiode van 1607.
In 1618 vertrok hij naar het noorden van Italië: hij publiceerde een boek met vijfstemmige madrigalen in Venetië en verwierf zich de post van kapelmeester in Padua. Zijn ervaring in Padua en Venetië was essentieel voor de ontwikkeling van zijn stijl, omdat hij daar in contact kwam met het werk van de progressieve componisten van de Venetiaanse School (Willaert, Gabrieli, Monteverdi e.a.), wiens muziek in het conservatieve Rome over het algemeen werd gemeden.
In 1620 keerde Landi terug naar Rome, waar hij de rest van zijn leven doorbracht, verbonden aan meerdere opdrachtgevers. Tijdens zijn werkzaamheden bij de familie Barberini schreef hij in 1632 het werk waar hij het meest bekend bleef, Il Sant’Alessio, dat werd gebruikt om het Teatro delle Quattro Fontane te openen. Vanaf de tweede helft van de jaren zestig kreeg hij problemen met zijn gezondheid; hij stierf in Rome in 1639 en werd begraven in Santa Maria in Vallicella.
Stefano Landi componeerde negen boeken met aria’s, maar ook madrigalen, psalmen, de zesstemmige mis In benedictione nuptiarum, motetten, responsoriae, een Magnificat, opera’s waaronder La morte d’Orfeo en het geestelijk drama Il Sant’Alessio. Hij wordt gerekend tot de belangrijkste Italiaanse componisten uit de eerste helft van de 17de eeuw en wordt beschouwd als een van de grondleggers van de Italiaanse cantate en van de Romeinse operaschool. Landi volgde meestal de seconda pratica-stijl van o.a. Monteverdi, wat voor kerkelijke muziek niet gebruikelijk was in het conservatieve Rome, waar componisten vooral de prima pratica-stijl van Palestrina geschikter vonden.


