Home / Alle componisten / Perotinus

Perotinus

Perotinus (ca.1160 – ca. 1225)

Perotinus, ook Magister Perotinus Magnus genoemd, was rond 1200 actief in wat de Notre- Dameschool van Parijs wordt genoemd. Hij wordt beschouwd als een der grondleggers van het motet en de eerste vertegenwoordiger van de Ars Antiqua.

Perotinus is een van de oudste componisten uit Europa die bij naam bekend zijn, samen met Leoninus, die misschien zijn leermeester was. Het is niet zeker wat zijn precieze functie was, en de identificatie van enkele werken uit de periode rond 1200 als zijnde van de hand van Perotinus stamt onrechtstreeks van Anonymus IV, een niet nader bekende maar gerespecteerde muziektheoreticus uit de XIIIde  eeuw. De partituren van werken die aan hem worden toegeschreven, hebben echter wel een zeer herkenbare stijl. Wie Perotinus precies was, is moeilijk vast te stellen. De naam is een diminutief voor Pierre en betekent dus in feite ‘Pietertje’. Hij is weleens geïdentificeerd met een zekere Petrus succentor (succentor is een Latijnse muziekterm met als betekenis hij die als tweede zingt), die in de vroege jaren 1200 in de archieven van de Notre-Damekathedraal opduikt, maar er bestaat geen hard bewijs dat hij dit was.

In 1198 en 1199 vaardigde de bisschop van Parijs, Odo van Sully, twee decreten uit met betrekking tot de viering van Kerstdag en het feest van de heilige Stefanus, waarin hij stipuleerde dat er een driestemmig en een vierstemmig organum gezongen diende te worden. De twee vierstemmige composities zijn bewaard gebleven: het betreft Viderunt omnes fines terrae en Sederunt principes. Anonymus IV schrijft die werken aan Perotinus toe. Hij vermeldt tenminste dat Perotinus die teksten op muziek had gezet. In deze werken zien we een afwisseling van oude gregoriaanse cantus firmus met weelderige polyfone structuren die de basis legden voor verdere ontwikkelingen van de polyfonie, die later onder Guillaume de Machault en Philippe Vitry ongekende hoogten zou bereiken.

 Perotinus was een vernieuwer: niet alleen vertoont zijn overgeleverde werk bijzonder complexe mathematische structuren en canons, hij had ook oog voor de inhoud van de tekst, wat in de Middeleeuwen ongebruikelijk was. Hij verbeterde het Magnus Liber, toegeschreven aan Leoninus en breidde het uit met nieuwe composities. Zijn werken bevatten veel afwisseling, uitgebreide motieven en kunstgrepen en zorgen voor verrassende effecten; het is een levendig, ritmisch soort muziek dat niet-vertrouwde luisteraars waarschijnlijk vreemd in de oren kan klinken.

(Vrij naar de tekst in Wikipedia)