
Carlo Gesualdo (ca. 1560-1613) was een uitzonderlijke figuur in de muziekgeschiedenis: een edelman én componist die door zijn intense expressiviteit en gedurfde harmonieën uitgroeide tot een van de meest intrigerende stemmen van de late Renaissance. Zijn werk kenmerkt zich door een opvallend gebruik van chromatiek en emotioneel geladen tekstinstelling, vooral in zijn wereldlijke madrigalen, zoals die uit zijn vijfde en zesde boek, die tijdens zijn leven en later tot de verbeelding blijven spreken.
Geboren als prins van Venosa, combineerde Gesualdo zijn artistieke ambities met een turbulent privéleven waaronder beruchte gebeurtenissen die zelfs zijn muziek lijken te weerspiegelen. Naast zijn madrigalen schreef hij ook religieuze vocale werken zoals de Tenebrae Responsoria, een indrukwekkende verzameling vocale muziek voor de Goede Week.
Op deze pagina vind je een overzicht van zijn leven en oeuvre en Nederlandse vertalingen van zijn madrigalen uit het vijfde en zesde madrigaalboek, beschikbaar als PDF-downloads. Dit maakt deze pagina zowel een rijke bron voor muziekliefhebbers als een goed vertrekpunt voor iedereen die zijn muziek beter wil begrijpen.
-
Werken
-
Leven
-
Oeuvre
Hieronder vind je een overzicht van de madrigaalboeken van Carlo Gesualdo waarvoor Nederlandse vertalingen van de teksten beschikbaar zijn op Lyrica. De vertalingen zijn bedoeld als hulpmiddel bij studie, uitvoering of als luisterbegeleiding.
Carlo Gesualdo (ca. 1560-1613)
Voluit heette hij Don Carlo Gesualdo, prins van Venosa. Gesualdo werd geboren in een vooraanstaande muzikale familie. Zijn vader had o.a. de madrigaalcomponist Pomponio Nenna in dienst. Nenna gaf de jonge Gesualdo les in theorie, zang en het bespelen van verschillende instrumenten, waaronder de luit
Zesentwintig jaar geworden, vestigde Gesualdo zich in Napels, waar hij in 1586 in het huwelijk trad met zijn nichtje Maria d’Avalos, dochter van de markies van Pescara. Met Maria kreeg hij twee kinderen. Toen hij tot de ontdekking kwam dat zijn echtgenote hem ontrouw was met Fabrizio Carafa, hertog van Andria, vermoordde hij hen of liet hen vermoorden.
Deze gebeurtenis leidde ertoe dat Gesualdo Napels verliet. Hij vestigde zich vier jaar lang op een familielandgoed in Venosa, waar hij een eenzaam leven leidde. In 1594 trad Gesualdo in Ferrara in het huwelijk met Eleonora d’Este, nicht van Alfonso II. Hij was echter niet erg toegewijd aan dit huwelijk. Hij mishandelde Eleonora en was haar ontrouw en ze leefden vaak gescheiden. Omdat Ferrara een belangrijk muzikaal centrum was, waar Gesualdo kon kennis maken met componisten als Luzzasco Luzzaschi en met de uit Antwerpen afkomstige Giaches de Wert, bleef hij er toch twee jaar wonen, voldoende om zijn reputatie als belangwekkend componist te vestigen.
Zijn leven bleef evenwel turbulent verlopen. Hij nam zijn toevlucht tot ongewone maatregelen om zijn fysieke en mentale lijden te genezen. Hij deed aan occulte praktijken met zijn minnares en hij had naar verluidt mannelijke bedienden in dienst die hem dagelijks moesten slaan. In 1603 spande Eleanora een rechtszaak aan tegen zijn minnares, wat leidde tot een proces wegens hekserij. De minnares en een andere vrouw werden veroordeeld om (vreemd genoeg!) in Gesualdo’s kasteel te blijven wonen.
In 1596 vestigde Gesualdo zich terug in zijn paleis te Napels. Hij werd begraven in de Sint-Ignatiuskapel van de Gesù Nuovo in Napels. Door een aardbeving in 1688 is het graf echter verschoven tot onder de vloer van de kerk.
Zijn tijdgenoten omschreven hem als een somber en eenzelvig man, die gebukt ging onder perioden van grote zwaarmoedigheid en bij wie het vijfde gebod, gij zult niet doden, voortdurend voor zijn geest verscheen. In dat verband toont een schilderij van Giovanni Balducci (Pala del perdono uit 1609) Carlo Gesualdo, bijgestaan door de heilige Karel Borromeus, vergiffenis vragen voor zijn zonden.
Tenslotte vermelden we hieronder als pikant detail de tekst uit de Giornale dell’ambasciatore del Veneto a Napoli, van 19 oktober 1590 over de bewuste moord op Maria d’Avalos:
Don Carlo Gesualdo, zoon van de prins van Venosa en neef van de zeer illustere kardinaal, begaf zich dinsdag om zes uur ’s avonds samen met zijn kompanen via de trap naar de kamer van Donna Maria d’Avalos, zijn vrouw en bloedeigen nicht, die beschouwd wordt als de mooiste vrouw van Napels. Eerst doodde hij Signor Fabrizio Carafa, hertog van Adria, die daar samen met haar was en daarna de vrouw zelf; op die manier nam hij wraak voor het hem aangedane onrecht.
De genaamde hertog van Adria was overdekt met bloed, getroffen door meerdere verwondingen: een schot door de linkerarm had de hals en zelfs de borst doorboord en had daarbij de linkermouw van het hemd verbrand. Meerdere verwondingen door puntige metalen wapens waren zichtbaar ter hoogte van de borst, de armen, het hoofd en het gelaat; tenslotte een schotwonde ter hoogte van de slaap, boven het oog met veel bloedverlies tot gevolg.
In dezelfde kamer stond een verguld bed afgezet met groene stoffen gordijnen; op dat bed vond men het lichaam van Donna Maria d’Avalos in nachthemd, doordrenkt van het bloed.
Toen de voornoemde heren en ook ikzelf, de hofmeester, haar zagen, herkenden wij haar als Donna Maria d’Avalos. Zij was gedood, haar keel was overgesneden. Ook had zij een hoofdwonde ter hoogte van de rechterslaap, zij was getroffen in het gelaat en vertoonde meerdere messteken in haar rechterhand en -arm, alsook in haar borst. In haar zijde waren sporen te zien van nog twee verwondingen door een wapen. Op het bed lag een mannenhemd met boord, op een stoel in purper velours een ijzeren handschoen van een wapenrusting, naast een gepolierde ijzeren handschoen.
Het verband tussen Gesualdo’s muziek en zijn ongelukkige leven is niet moeilijk te duiden. Het belangrijkste kenmerk van zijn muziekstijl is het gebruik van extravagante, schokkerige harmonieën die afwisselend verbijsterend en ongemakkelijk zijn voor de luisteraar. Zijn meest bekende composities zijn de zes boeken met madrigalen; het vijfde en zesde boek, met stukken als Beltà poi che t’assenti en Moro, lasso, al mio duolo staan bekend om hun gedurfde gebruik van harmonie en hun desoriënterende, bijna nachtmerrieachtige schoonheid.
Gesualdo’s grote religieuze werk, de Tenebrae Responsoria (een set vocale composities voor de Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Stille Zaterdag), is minder onstuimig dan de madrigalen, maar nog steeds verontrustend en bevreemdend, vooral in vergelijking met de serene religieuze meesterwerken van tijdgenoten als Giovanni Pierluigi da Palestrina en Tomás Luis de Victoria.


